Zompsprinkhaan - Chorthippus montanus
Verwarring is goed mogelijk met de zeer algemene C. parallelus. De mannetjes verschillen door hun langere achtervleugel (het dier tegen het licht houden!) en door de luidere en iets langere zang waarvan het ritme bij warm weer duidelijk trager is. De wijfjes verschillen door hun langere voorvleugels en lange eilegkleppen. Ook van de zompsprinkhaan zijn langvleugelige exemplaren gekend, die nagenoeg niet van C. parallelus te onderscheiden zijn.
Habitat
De Zompsprinkhaan bewoont mesotrofe, natte tot vochtige graslanden, doorgaans op venige bodem. Hij heeft een voorkeur voor plekken met een open en lage tot halfhoge vegetatie. De meeste vindplaatsen hebben een extensief beheer.
Verspreiding
De meeste vindplaatsen bevinden zich in de Kempen en in en om de Hoge Venen. Daarbuiten zeldzaam.