Blauwvleugelsprinkhaan - Oedipoda caerulescens


Habitat
De blauwvleugel bewoont zeer droge plaatsen met lage, open vegetatie: duinen, heide, schraal grasland, kalkgrasland (xerobromion) en rotsen. Veel recente vindplaatsen bevinden zich op door mensen geschapen terreinen zoals mijnterrils, steen- en zandgroeven en spoorwegbermen.   

Verspreiding
De belangrijkste concentraties van vindplaatsen bevinden zich aan de kust, in de Limburgse Kempen, de steenkoolbekkens van Henegouwen en Luik, de Maasvallei en Lotharingen. Daarbuiten komt de soort vooral in stadsgebieden voor (Brugge, Tienen, Schaarbeek).

Opmerkingen
De blauwvleugel is een opvallende verschijning, die enkel kan verward worden met de kiezelsprinkhaan. De dieren worden gemakkelijk opgemerkt wanneer ze opgejaagd worden en in een flits hun blauwe achtervleugels laten zien.  Eenmaal neergekomen zijn ze niet makkelijk terug te vinden op de nochtans kale bodem dankzij hun uitmundende schutkleuren.  De blauwvleugel brengt een zeer onopvallend trillertje voort, duidelijk zachter dan dat van de bruine sprinkhaan.

Bibliografie