|
Op 5 september 2005 was ik
wegbermen aan het inventariseren op sprinkhanen en dagvlinders, in het
kader van de opmaak van een bermbeheerplan voor de gemeente Halen
(West-Limburg). Het was warm en zonnig weer en omstreeks 16 uur in de
namiddag onderzocht ik een berm in de Bosstraat (FS 48 43), in het gehucht
Ertsenrijk. Dit is in de uiterste zuidoosthoek van de gemeente Halen:
750 m
naar het zuiden ligt de grens met Geetbets
(Vlaams-Brabant),
1 km
naar het oosten ligt Herk-de-Stad. De Bosstraat ligt
tussen Grote Gete (500m oostwaarts) en Velpe (
2 km
westwaarts).
Al fietsend hoorde ik een zingende
sprinkhaan, waarvan ik het geluid niet meteen kon thuisbrengen. Ik stopte
en er zat een sprinkhaan opvallend op de vegetatie. Meteen viel op dat de
top van de sprieten zwart-wit getekend was en dat de sprieten verdikt
waren: dat betekent Rosse sprinkhaan !
Net voordien had ik een voor de streek uitzonderlijk waardevolle berm
onderzocht, waar Tormentil abundant aanwezig is, en daar was enkel Krasser
te horen ! Deze berm met Rosse sprinkhaan echter is een ‘ruige’ berm
gedomineerd door Grote brandnetel en forse grassen. Het is bovendien een
smalle berm, met erlangs een sloot met veel tandzaad in en daarop volgend
meteen akkers. Decleer et al.
(2000) geven inderdaad aan dat vrij dichte, grasvegetaties de voorkeur
genieten op ijle, schrale vegetaties. Anderzijds vermelden ze wel dat deze
liefst langs (zuidgeoriënteerde) bosranden liggen, maar in de omgeving
van deze berm in de Bosstraat is geen bos aanwezig.
Nader onderzoek wees uit dat
hier een tiental zingende mannetjes aanwezig was (ter hoogte van het
huisnummer Bosstraat 30), aan beide zijden van de weg. Ongeveer
100 m
verder, aan het volgende huis (Bosstraat 18), stopte
ik opnieuw om de aanwezigheid van de soort te controleren. De soort liet
zich meteen weer opmerken (minstens 3 zangposten vlakbij elkaar), eveneens
in een smalle grazige berm met een sloot, maar deze keer met een grasland
als aanpalend ecotoop. Op een volgende stopplaats, nog eens
100 m
verder (t.h.v. Bosstraat 8), kon meteen een 6 tal
dieren waargenomen worden. Hier is de berm minder ruig.
Tenslotte is de meest nabije berm
in de volgende straat (Corneliusstraat) gecontroleerd, zonder resultaat.
Wat opviel is dat de dieren vrij
tam zijn en zich makkelijk laten bekijken. Ook het feit dat ze veelal
opvallend op de vegetatie zitten, is een pluspunt om deze soort te
ontdekken.
Het besluit is dat er hier een
flinke populatie van een in Vlaanderen zeer zeldzame sprinkhaansoort
aanwezig is. Er zijn minstens 20 dieren waargenomen op 3 locaties, terwijl
de tussenliggende delen van de berm niet onderzocht zijn. Zonder twijfel
komen daar nog tientallen dieren voor.
Naar beheer toe hoeft er niet
meteen iets te veranderen, lijkt me. Intensivering van het beheer is zeker
niet wenselijk, gezien de voorkeur van de soort voor vrij ruige, grazige
vegetaties.
|